logohvo

Dorpswandeling

Dorpswandeling

ENIGE ACHTERGRONDEN BIJ EEN DORPSWANDELING IN OUDERKERK a/d IJSSEL

Door de eeuwen heen is het dorpsbeeld van Ouderkerk a/d IJ aan verandering onderhevig geweest. Oorlogen, zoals de Hoekse en Kabeljauwse twisten in de 15 de eeuw en het begin van de Tachtigjarige Oorlog in de 16 de eeuw brachten vernielingen teweeg. Vele malen stond de Krimpenerwaard onder water door dijkdoorbraken, meestal elders. Het was dan gunstig een hoog huis te hebben. De Dorpsstraat was ook een dijk, die regelmatig moest worden opgehoogd als een stormvloed hoger kwam dan de dijken hier of elders hoog waren. Hoe hoog, beter gezegd laag, vroeger de dijken waren, is nog altijd te onderkennen aan de huizen die in groepen in de Dorpsstraat staan en ook aan de toegang van de kerk. Immers, men vluchtte vroeger bij een watersnoodramp vaak naar de kerk, wanneer de huizen onderliepen. Nu is de Dorpsstraat aanmerkelijk hoger dan de vloer van de kerk. Ook de bevolkingsgroei is van belang geweest voor wat betreft de aanpassing en uitbreiding van de dorpsbebouwing en van de kerk (Nederlands Hervormde Kerk) aan de Dorpsstraat. De dorpswandeling pretendeert niet een wetenschappelijk historisch stedenbouwkundig overzicht te geven. Natuurlijk gaat het over huizen en gebouwen, maar ook wat er rond die opstallen gebeurde en welke (maatschappelijke) ontwikkelingen plaatsvonden. Het is een dorpsverhaal , te beginnen bij het multifunctionele gebouw ‘De Drie Maenen'. Het is genoemd naar de drie wassende manen (wassenaars) in het wapen van Ouderkerk, hetgeen afkomstig was van het wapen van de ambachtsheren van het geslacht Polanen, die het weer ontleenden aan Wassenaer, het oudste geslacht van Holland. Door huwelijk erfde het geslacht Nassau de heerlijkheid van De Lek. Zoals er in ‘De Drie Maenen' nu gesport wordt, vonden vroeger de Ouderkerkers hun vermaak op de twee kolfbanen , wel of niet overdekt, van ‘de Harmonie' of ‘de Prins van Orange'. Kolven was de meest populaire volkssport, zoals nu voetbal. Het huidige golven vindt zijn oorsprong in het Hollandse kolfspel. Kolfbanen werden ten slotte door het biljart verdrongen. Wederom een sport die in geen enkel ander land ter wereld zo veel en intensief werd beoefend als in Nederland. Vroeger waren er twee wegen de Kerkweg en de Dorpsstraat . Wat inwoners van Ouderkerkers vaak niet in de gaten hebben, is dat de Kerkweg loopt tot de Bakwetering en dus voorbij de Burg. Neetstraat. De lintbebouwing langs de Kerkweg kwam pas in de twintiger jaren van de vorige eeuw op gang. Vlak naast ‘De Drie Maenen' staan wel twee kleine burgerwoonhuizen , bouwjaar 1884. Van horen zeggen, moest de zolderverdieping heel laag zijn in verband met het windrecht van de poldermolens aan de oostzijde van het dorp. Eens had de Kerkweg sloten aan beide zijden, die zijn echter eind jaren zestig van de vorige eeuw gedempt om de weg te verbreden. Tussen Kerkweg en de Kalverstaat loopt de Bakwetering, waarover een bakstenen heulbrug in plaats van de huidige betonnen brug lag. Van horen zeggen, mocht je een meisje kussen bij het gaan of rijden over een heul. Zo'n Bakwetering lag achter de dijk. (bak betekent ‘achter') en was nodig om het overtollige water uit de polder te verzamelen alvorens te lozen op de rivier. Ook langs de Tiendwegen zijn er weteringen (tiën betekent trekken of gaan en het heeft niets te maken met het heffen van tienden). Tiendwegen zijn de achtergrenzen (kaden) van de middeleeuwse ontginningen op ca 1250 meter van de rivier. In het begin van de vorige eeuw was er nog weinig verkeer en werd er na sneeuwen sleetje gereden op de helling van de Kalverstraat . Wie geen geld had voor een slee, gleed op een plankje naar beneden. De Kalverstraat heette vóór 1720 Kerkstoep en in 1632 ook Heerestraat . Echter, in de 19 de en 20 ste eeuw lag de Kalverstraat vol kalveren tegen de tijd dat de boot naar Rotterdam afvoer. Een belangrijk deel van de bevolking was voor het verdienen van de kost toen nog aangewezen op de veeteelt. Het aantal boeren was ongeveer gelijk met thans, maar het aantal melkkoeien per boer was aanmerkelijk lager. Tot 1911 had Ouderkerk ong. 3500 inwoners, verdeeld over ong. 600 gezinnen: 200 boeren-, 200 schippers- en 200 gezinnen van ambachtslieden, middenstanders e.a. Ouderkerk is tot na de Tweede Wereldoorlog een echt dijkdorp geweest, hetgeen mag blijken uit de lange tuinen/erven, die vanaf de woningen aan de Dorpsstraat uitlopen tot aan de wetering. In 1514 telde de dorpskom slechts 12 woningen en 6 hofsteden (ca 126 mensen). Door de uitgifte in ‘erfpacht' van de Kalverstraat in 1617 kwamen er 16 woningen bij. In 1799 waren het 61 en tot ver in de 19 de eeuw zou dit zo blijven, waarover 's nachts de klepperman i.v.m. brandgevaar waakte. Geen van de woonhuizen is onveranderd gebleven. Zowel het exterieur als het interieur is altijd in later tijd gemoderniseerd, met name het woonhuis groeide met de tijd mee . Vaak kan men aan achtergevels nog wel de oorspronkelijke vorm en detaillering waarnemen. In de 18 de en 19 de eeuw zijn veel panden van een nieuwe gevel voorzien of hebben een afwerklaag gekregen. In het begin van de 17 de eeuw ontstaat in de Nederlanden het ‘schuifraam' ; een alleen in Nederland en Engeland voorkomende constructie, waarvan het onderste gedeelte kan worden opgeschoven. Het had grote invloed op de raampartijen van de oude panden. Aan de Kalverstraat staat de Koningin Wilhelminaboom , van cultuurhistorische waarde. Het is een lindeboom, die door een gietijzeren hekwerk met wapenschilden en portretten van koningin Wilhelmina is omgeven. De boom is geplant in 1898 toen koningin Wilhelmina na het bereiken van haar meerderjarigheid (18 jaar) op 6 sept. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam werd gehuldigd. Een linde kan een zeer hoge leeftijd bereiken. Linden hebben vanouds een belangrijke rol gespeeld in het volksleven; ze werden beschouwd als de schutsboom van de familie en de dorpsgemeenschap. Ouderkerk was in de 12 de eeuw bekend onder de naam ‘IJsele' . Vóór 1200 droegen plaatsen wel vaker dezelfde naam als de rivier die er doorheen stroomde. Het enige stenen gebouw in dit dorp was de tufstenen kerk . Deze kerk en die van Sassenheim worden tot de oudste van Zuid-Holland gerekend. Staande voor de toren, links is aan de westgevel een deel van de oude kerkmuur in Römertufsteen bewaard gebleven. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde bevinden zich met natuursteen omlijste toegangen tot de kerk, uitgevoerd in Bentheimer zandsteen. De noordzijde met het wapen van Krimpen was de toegang voor de inwoners van Krimpen a/d IJ en de zuidzijde met het wapen van Ouderkerk was de toegang voor de Ouderkerkers. De inwoners van Ouderkerk, Krimpen a/d IJ en Stormpolder hadden één gezamenlijke kerk , die van Ouderkerk. Aan deze situatie is eerst in 1861 een einde gekomen. Er werd toen een eigen kerk aan de IJsseldijk in Krimpen a/d IJ gebouwd. In de kerk is het praalgraf van het geslacht Nassau-La-Lecq-Odijk . Ze waren nazaten, bastaarden van prins Maurits en Margaretha van Mechelen en in 1679 door Leopold I, Rooms-Duits keizer, verheven tot Rijksgraaf, opdat de bastaardbalk hun wapen niet zou ontsieren. Het geslacht is in 1861 uitgestorven. Op het kerkdak, rechts vanaf de Kerkweg, was een ooievaarsnest dat tot kort na de Tweede Wereldoorlog ieder jaar werd bewoond. De kerktoren is eenvoudig van decoratie en telt drie geledingen en een spits. Ouderkerk en Berkenwoude hebben de oudst overgebleven torenspitsen in de Krimpenerwaard, beide van eikenhout. De toren werd in 1798, bij de scheiding tussen kerk en gemeente tijdens de Bataafse Republiek (de Franse tijd), aan de gemeente toebedeeld en is nog steeds in onderhoud bij de gemeente, incl. de restauratie in 1997/98 . In februari 1943 verwijderden de Duitse bezetters de luidklok . In 1949 werd na een inzameling onder de burgerij een nieuwe luidklok (een Cis', ca 1750 kg) voor de toren gegoten met het randschrift: UIT NOOD BEN IK GEBOREN – UIT LEED EN OORLOGSWEE – ALS GOD MIJ WIL VERHOREN – DAN LUID IK ALTIJD VREE . Vanaf 1998 (begonnen met een voorslag) is er door schenkingen een heel eigen carillon van 24 klokken ontstaan. Rechts aan de zuidkant op een steunbeer van de toren is een metalen verticale zonnewijzer met een driehoek bevestigd, die iets oostelijk afwijkt. De schaduw van de driehoek geeft op de schaal de tijd aan. De uurbecijfering is van 6 tot 5 (17 uur) uur. Een zonnewijzer geeft zuiver de plaatselijke tijd aan en trekt zich niets aan van internationale afspraken. De Dorpsstraat kent vele interessante panden, waarvan enkele op de rijksmonumentenlijst staan. In steden en dorpen zijn de erven aan de hoofdstraten van oorsprong smal en diep, met de nokrichting haaks ten opzichte van de straat. Dit ‘diepe' huis , in de middeleeuwen ontstaan, was zo gangbaar en bruikbaar, dat het, vooral bij de eenvoudige huizen , tot ver in de 19 de eeuw is toegepast. Door de oude kavelverdeling komt dit type ‘diepe' huis overwegend op de Dorpsstraat voor. Aan het einde van de 19 de eeuw ziet men ook het ‘dwarse' huis meer voorkomen, of als vrijstaand of in serie, bijv. steenplaatswoningen, gebouwd. Een goed voorbeeld van een voor de streek karakteristiek, midden 19 de eeuws ‘dwars' huis met symmetrisch ingedeelde plattegrond en voorgevel met een houten kroonlijst, sierlijke dakkapellen en mooi omlijste deur is nr. 11. Ook de nrs 1 en 2 IJsseldijk-Noord en Dorpsstraat nr. 21 zijn architectonisch bijzondere en de nr. 36 en 38 streekkarakteristieke panden. Aardig om te vermelden is de osentrop, dit is een druipstrook , aan de rechterkant van Dorpsstraat nr. 24, uit 1686. Vroeger werden de huizen veelal onderling door stegen of osentrops gescheiden. Huizen met rieten daken hadden geen goten. De daken staken over de wanden heen en het regenwater viel naast het huis op de grond. Bij de overgang naar een pannendak, dat veel zwaarder is dan riet, en het aanbrengen van goten verdwenen de druipstroken niet meteen. Dat gebeurde pas als de panden vernieuwd en verbreed werden en de gevels aan de buurpanden werden aangesloten, zoals links waar in de eerste kwart van deze eeuw een nieuw pand werd gebouwd. Men heeft de gevel aan nr. 24 doen aansluiten. Dit pand nr. 24 heeft een eenvoudige ingezwenkte topgevel met een gevelsteen ‘1686' gedateerd. De gevel staat op vlucht , dat wil zeggen de gevel vertoont een voorwaartse helling als beschutting tegen regen. Zelfs indien in de 18 de of 19 de eeuw de gevel vernieuwd is, blijft men de vlucht zien. In een enkel geval heeft men de gevel van een oud pand tijdens de restauratie te lood gezet, rechtop gezet, waarvan in de Dorpsstraat twee voorbeelden zijn, die nog niet lang geleden zijn gerestaureerd. Opmerkelijk zijn ook de ankers aan de gevel. Dorpsstaat nr. 19 , een pand met een puntgevel met vlechtingen, heeft in de geveltop een van de fraaiste ankers, een gaffelvormig anker met gekrulde uiteinden , waarschijnlijk uit het midden van de 16 de eeuw. Er is nog meer te vertellen over de panden in de dorpskom, zoals de smederij op de Kalverstraat, waar de fam. Spoormaker en vanaf 1871 de fam. Vis tijdens de winter de Ouderkerkse (baan)schaats maakten. Zeker, niet onvermeld mag blijven Dorpstraat nr. 17, thans Café ‘de Harmonie' . Het is de oudst bewoonde plek in de dorpskom. Het was ambachtshuis, veerhuis, rechtshuis en herberg. Ook het officieel wegen van handelswaren werd tot begin 1600 hier gedaan. Parkeerplaatsen voor paard en wagen waren in vroegere tijden net zo belangrijk als thans. Wilt u meer weten? Dan moet u bij gelegenheid eens deelnemen aan een dorpswandeling met een bezoek aan de Oudheidskamer van de Historische Vereniging Ouderkerck op d'IJssel, Dorpsstraat 19 en aan de kerk met het praalgraf, eventueel gecombineerd met een beklimming van de kerktoren en bezichtiging van het carillon. Op afspraak kan u met familie en kennissen speciaal rondgeleid worden. Vooral de kerk en het praalgraf oogsten veel waardering.