logohvo

Bouwgeschiedenis

Vijf eeuwen bouwgeschiedenis;

Dorpsstraat 19 Ouderkerk aan den IJssel.

De nu volgende bouwgeschiedenis van de Dorpsstraat 19 met haar eigenaars en bewoners is voornamelijk gebaseerd op het onderzoek van de heren B. de Keijzer en C.C.J. Lans zoals gepubliceerd in “Ons Voorgeslacht” Nr. 291 januari/april 1980 en op aanvullend onderzoek gedaan door de heer N. Hollestein.

Van de eerste bewoning in de krimpenerwaard en in ons dorp is helaas weinig bekend. Wanneer dus begonnen is om vanaf de oevers van de ijssel ter plaatse van ons dorp Ouderkerk de wildernis te ontginnen is niet met zekerheid vast te stellen, dit zal hoogstwaarschijnlijk in het begin van de 12de eeuw zijn geweest. Behalve het verwijderen van bomen en struikgewas moest vooral voor afvoer van het water worden gezorgd. Hiervoor werden onder meer greppels gegraven die loodrecht op de rivier stonden. De stroken land die zo onstonden worden “Weren” genoemd, waarbij aan de rivierkant de huizen werden gebouwd. Het weer waar de kerk op gebouwd werd viel aan de kerk toe. De omvang van weer 110 ,het kerkeweer, is circa 25 hectare.

Dorpsstraat 19 valt eveneens onder weer 110 , het kerkeweer en behoort daarbij tot het oudste gedeelte van ons dorp. De Keijzer en Lans verdelen weer 110 in twee delen met als grens de huidige Kalverstraat.

Het oostelijke deel, waar de kerk staat, wordt het eerste gedeelte genoemd en behoorde sedert de ontginningen aan de kerk en heeft de omvang van een ontginningshoeve.

Het westelijke deel waar de Dorpsstraat 19 toebehoort wordt het tweede gedeelte genoemd en was afgezonderd voor het Ambacht ( de ambachtsheer ). Het oudste huis is hier het ambachtshuis, respectievelijk veerhuis, rechthuis en herberg op de plaats waar nu de “Harmonie”, Dorpsstraat 17, gevestigd is. Het bestaan van dit huis is zeker in 1448, maar de rechten zullen ongetwijfeld teruggaan tot het ontstaan van het ambacht na voltooiing van de ontginningen in ons gebied.

Naast dit eerste huis is binnendijks de oudste kern van ons dorp ontstaan. Dorpsstraat 19 , pal naast het ambachtshuis wordt al in 1494 vermeld en behoort dus tot de oudste huizen van Ouderkerk.

De Keijzer en Lans hebben plattegronden van onze dorpskern gemaakt waar de situatie in respectievelijk 1507, 1617 en 1833 is aangegeven. Alle panden zijn met een (willekeurig gekozen) nummer aangegeven, de Dorpsstraat 19 heeft nummer 84 op de kaarten van 1507 en 1617 en de nummers 84 en 85 op de kaart van 1833. In 1649 is het huis gesplitst in twee delen, het oostelijke (linker) deel (nummer 84) waar onze vereniging zetelt en het westelijke (rechter) deel (nummer 85) waar de hoofdingang is en waar SCO gevestigd is. In 1881 worden beide delen weer samengevoegd onder een eigenaar, maar de deling blijft goed zichtbaar.

Over de eigenaren en bewoners vanaf 1494 tot op heden kan het volgende worden vermeld :

1494. Belending : Louwe Dircks

1507. Brandschatting : Cornelis Jansz

1517. Hypotheek : Jacob Melisz

1530. Brandgereedschappen : Hendrickgen

1533-1568. 10de Penning en Kerflijst : Mr. Centen

1570. Een kwestie tussen het Ambacht en Anthonis Vincentsz in verband met de grote van het erf tussen Anthonis en het Ambachtsheer huis.

1572-1578. Pacht op het erf : Anthonis Centen.

1590. Hypotheek op helft van het huis : Vincent Anthonisz, heeft een schuld aan zijn zuster Maritgen.

1592. Transport van helft van het huis en erf, waarvan wederhelft van koopster : Vincent antonisz. Aan zijn zuster Marritghen Antonisdr.

1616. Hypotheek op deel van het huis : Cent Centensz.

1617. Transport van deel van het huis en erf : de voogden van Cent Centensz aan Gysbert Jansz, wever.

1619-1637. Pacht op het erf : Gysbert Jansz.

1624. Transport van helft van huis en erf waarvan wederhelft van kopers is aan Gysbert Jansz. en Gysbert Ariensz.

1626. Transport van helft van huis en erf : Ghisebert Aerens den Ollsen aan Gerrijt Pieters Luyt.

1626. Transport van helft van huis en erf : Gerrit Pieters Luyt aan Gysebert Jans, lindewever.

1644 Hypotheek op huis en erf : Frederik Meeusz gehuwd met Ingetge Meeus, welke laatste gehuwd geweest was met Gysebert Jansz. lindewever.

1649. Transport van oosthelft van huis en erf : Ingetgen Meeusen aan Huybert Cornelisz. haar zwager. Tevens transport van de westhelft van huis en erf : Inge Meeus aan Pieterge Dirx. De twee gedeelten worden na het overlijden van Inge Meeus met een muur gescheiden.

We vervolgen nu eerst de geschiedenis van het oostelijke deel van het pand ( het gedeelte van onze Historische Vereniging ) tot aan het moment van samenvoeging van beide panden in 1881.

1651. Hypotheek op helft van huis en erf: Huybert Cornelisz.

1660. Klapwaker : Huybert Cornelisz.

1679. Transport van huis en erf aan : Pieter Jacobs Butterboer. Het erf is verhuurd aan Jacob Romeyn en later aan zijn weduwe. Butterboer is de herbergier van het er naast gelegen rechthuis en Romeyn (bierverkoper ) is de eigenaar van dat pand.

1681. Klapwaker : Pieter Jacobs Butterboer.

1687. Transport van huis en erf aan : Willem Joppen. De verkoper Pieter Jacobs Butterboer behoudt de kelder onder de achterkamer en gebruikt het voor opslag van bier, wijn etc. Vanaf dit moment is deze kelder dus al bij het rechthuis getrokken, wat ook nu nog steeds het geval is.

1700. Klapwaker : Willem Joppen.

1709. Hypotheek : Willem Joppen.

1710. Transport van huis en erf door erfgenamen van Willem Joppen aan : Teunis Ariens Kok. Uit inventaris van nagelaten goederen blijkt het huis uit de volgende vertrekken te bestaan : Voorhuis, Keuken, Kamer en Zolder. De kelder wordt niet meer genoemd en is deel van het rechthuis ernaast geworden.

1733. Quohier van verponding : Teunis Ariens Kok

1743. Testament van Teunis Ariens Kok waarin huis gaat naar zijn dochters Jannigje en Marrigje.

1796. Memorie van nagelaten goederen : Jacob Prins weduwnaar van Maartje Kok overleden 1795 zonder descendenten na te laten. De erfgenamen zijn Jannetje Kok (voor de helft ) en de kinderen van Willem Kok (voor de helft ) zijnde volle zuster en broers kinderen van Maartje Kok.

1833. Kadastraal C 614 : Pakhuis, eigenaar Hendrikus Kok, schipper.

1846. Memorie van nagelaten goederen, waaronder een stalhuis en erf Kadastraal C 614 : Hendrikus Kok overleden 1846, 75 jaar oud en ongehuwd. Volgens testament is de erfgenaam Adrianus Schoenmaker, weduwnaar van Aaltje de Jong die een dochter is van zijn zuster Niesje.

1873. Transport aan Hermanus Schoenmaker, huisschilder, daarna aan zijn weduwe Elizabeth van Muiswinkel, daarna aan haar (2de) man Aart Uitenbogaert.

1881. Transport. ( aan Hendrik Jan van Lonkhuysen c.s. )

Het westelijke deel van het pand ( de ingang en het gedeelte van SCO ) heeft vanaf 1649 tot 1881 de volgende geschiedenis :

1652. Verponding : Pietergen Dirx.

1660. Klapwaker : Pieter Gerrits, metselaar.

1676. Brandgereedschappen : Pieter Gerrits, metselaar.

1681. Klapwaker : Pieter Gerrits, metselaar.

1685. Transport van huis en erf aan : Joost Schiltman.

1693. Transport van huis en erf aan : Cornelis Heymensz. Doncker.

1700. Klapwaker : Cornelis Heymensz. Doncker.

1733. Quohier van verponding : Cornelis Donkers weduwe ( veranderd in 1735 in Pieter Centen Zantrak en later in de erven Jongebreur ). Uit inventaris van de boedel in 1735 blijkt dat huis en erf de volgende vertrekken omvatte : Voorhuis, Keuken, Kelder, Kamer en Zolder.

1735. Transport van huis, kookhuis en erf aan : Pieter Centen Zandrak, wonende te Krimpen aan den ijssel.

1736. Taxatie van huis en erf t.b.v. Pieter Centen Zandrak, steenbakker overleden te Krimpen aan den ijssel zonder descendenten. Enige erfgenamen zijn Ary Jongebreur en Maria Jongebreur gehuwd met Ary Cornelisz. Ary Jongebreur krijgt het pand.

1753. Start van een proces onder de erfgenamen van Ary Jongebreur.

1808. Kaveling van boedel van Pieter Centen Jongebreur gehuwd met Ariaantje Herfst, beiden overleden, waarbij Anna Jongebreur gehuwd met Witte van Capelle onder andere dit pand krijgt.

1833. Huis en erf Kadastraal C 613 : eigenaar Witte Az. van Capellen, koopman te Capelle aan den ijssel.

18.. Over op Maria van Capellen weduwe van Teunis Mijnlieff en Pieter van Capellen, bouwman te Capelle aan den ijssel.

1855. Transport aan : Willem van Waning, burgemeester.

1859. Transport aan : Cornelis Dirksz. Hoogendijk, steenbakker te Krimpen aan den ijssel.

1860. Transport aan : Hendrik Jan van Lonkhuysen, broodbakker, geboren 24 maart 1811.

1880. Hendrik Jan van Lonkhuysen c.s.

1881. Hendrik Jan van Lonkhuysen c.s. worden eigenaar van beide delen van het pand

Vanaf 1881 gaan we verder met de geschiedenis van beide (oostelijke en westelijke) delen gezamenlijk.

1893. Pieter Mul, geboren 10-11-1876, gehuwd met Johanna Opschoor, neemt de bakkerij over. Hij werkt later samen met zijn zoon Jan Mul, geboren 30-03-1912.

1942. Jan Mul gaat na het overlijden van zijn vader Pieter Mul alleen verder met de bakkerij.

1961. Willem Jan Leeuwenburg, arts te Ouderkerk aan den ijssel en gevestigd in het huis ernaast (Dorpsstraat 21), koopt het pand en verhuurt het aan Dirk Marinus Ringlever, die er tot 1972 in woonde en er werkte tot 2000.

1973. Cornelis Gijsbertus Noordergraaf wordt eigenaar, hij is tevens eigenaar van het ernaast gelegen voormalige rechthuis nu cafe “de Harmonie” (Dorpsstraat 17).

1996. Cornelis Spek wordt eigenaar en tevens eigenaar van “de Harmonie”.

2000. Marinus Heuvelman wordt eigenaar en laat het pand restaureren voor verhuur vanaf 2004 aan SCO en onze Historische Vereniging.

Het pand Dorpsstraat 19 is een beschermd Rijksmonument, opgenomen in het Register van Beschermde Monumenten onder nummer 31980.

Het pand werd bij aankoop in 2000 door de toen adviserende architect als volgt omschreven :

“ De panden zijn gelegen in het oudste gedeelte van het dorp Ouderkerk, gesitueerd naast het café De Harmonie welk gebouw in het verleden fungeerde als rechthuis.

In de panden was een bakkerij gevestigd, waarvan de sporen in het interieur nog duidelijk herkenbaar zijn. De panden voegen zich in het geheel van de huizenrij, met de kopgevels naar de dijk en een benedenverdieping aan de voet van de dijk. Met name in het rechterpand is mogelijk nog een 17de eeuwse balkenlaag in het onderhuis aanwezig. Ook de kapspanten zijn mogelijk uit deze tijd.

Het rechterpand heeft een ongepleisterde bakstenen gevel met een dubbele deur en een enkelruits –niet origineel- raamkozijn op de begane grond, alsmede een schuifraam met T-venster op de zolder. Het interieur is grotendeels in de originele structuur bewaard gebleven: een voorhuis met kapverdieping en een achtergedeelte met onderhuis en plaatsje.

Het linkerpand heeft een jongere balkenlaag op de begane grond, mogelijk laat 19de eeuws. De kapspanten zijn daarentegen weer van ouder datum. Dit pand heeft een verhoogde achterzolder. De voorgevel is gepleisterd met cementpleister en is voorzien van een eigen deur en dubbel raamkozijn, midden 19de eeuws en een roedenraam op de zolder. Het gebruik duidt er op dat het linkerpand uitsluitend als bedrijf in gebruik is geweest en het rechterpand als woonhuis.”

Uit het historisch onderzoek blijkt dat reeds in 1649 de panden in tweeen zijn gesplitst zoals nu nog steeds te zien is. De scheidings muur is vlak na de deling in 1649 aangebracht en toen is mogelijk ook de kapkonstruktie aangepast. In 1687 is bovendien de kelder van de linkerhelft bij het er naast gelegen rechthuis getrokken. Deze bevindingen worden bevestigd door het bovenstaande rapport waar van 17de eeuwse kapspanten en balkenlagen wordt gesproken. Het sieranker in de gevel van het rechterpand stamt mogelijk zelfs uit de 16de eeuw.

Hoewel het huis nu de “Oude Backerij” is genoemd blijkt uit het onderzoek dat het rechterdeel pas in 1860, door Hendrik Jan van Lonkhuysen, als zodanig in gebruik is genomen.

Bij de restauratie is in het onderhuis van het rechterpand de oude bakoven weer te voorschijn gekomen.

Hoewel beide panden reeds in 1881 weer onder een eigenaar werden verenigd, is het linkerdeel pas rond de tweede wereldoorlog als bakkerij in gebruik genomen door Jan Mul en werd het rechterdeel van toen af aan alleen als woonhuis en winkel gebruikt.

Het linker (oostelijke) deel is waarschijnlijk sinds het begin van de 19de eeuw niet meer als woonhuis gebruikt, genoemd worden pakhuis en stalhuis. Dit komt overeen met de bevindingen van de architect.

De familie Mul heeft dit deel, voordat de bakkerij er gevestigd werd, vaak onderverhuurd. Gegevens hierover zijn niet gevonden, maar de namen van Noorlander (verkoop van onder andere olie), van Wingerden ( kapper ) en van der Velden ( verzekeringen ) worden genoemd.